ALIEN

 

ALIEN

Of wordt Nederland buitenaards?

 

Censuur. Alleen al het woord doet mij huiveren. Het klinkt mij iets teveel als ceintuur in de oren. Maar dan een die strak om mijn hals dicht wordt gesnoerd. Ik heb er al twintig jaar last van, maar weiger alsnog te stikken.

Zo had mijn vroegere uitgever graag dat ik de winden in mijn boeken zou weglaten, omdat die blijkbaar bij een bepaald hoog literair publiek iets teveel stof lieten opwaaien. Terwijl elke scheet wel degelijk deonthologisch verantwoord wordt geveest. Hij vroeg ook voorzichtig of ik het protest tegen de maffiapraktijken van de vleesindustrie in mijn boek “De Monsters van Frankenzwein” iets wilde afzwakken. Een grote, bevriende organisatie had daar nogal sterk op aangedrongen. En de voorzitter van de Nederlandse Bond tegen het Vloeken struikelde dan weer (ferm op zijn tong bijtend, veronderstel ik) over de “shits” in mijn verhalen. En zo kan ik nog wat gezellig doorgaan…

Over de Italiaanse uitgever van mijn boeken, bijvoorbeeld. De brave man smeekte mij om de scène in “Blinker en de bakfietsbioscoop”, waarin Blinker laat in de nacht zappend midden in een leuke seksfilm terechtkomt, te schrappen, omdat “de paus in Italië woont en het onderwijs ook hem aan het kruis dreigde te spijkeren”. Leuk.

Wat nu echter met Alien gebeurt, is minder om te lachen. Voor de buitenaardsen onder ons even kort schetsen waarover het gaat. Een tijdje geleden vroeg uitgeverij Abimo mij om, samen met Guy Didelez, een boek te schrijven dat dan op het einde van het schooljaar door de Vlaamse en Nederlandse basisscholen als afscheidsgeschenk aan de leerlingen van de zesde klas zou worden geschonken. Voorwaar een lovend en schitterend initiatief, vond ik dat! Guy en ik doken dus in onze pennen en schreven het verhaal ALIEN. Dat gaat over Sander, die op vakantie in de Ardennen het (buitenaards) mooie meisje Alien leert kennen en zich afvraagt of zij al dan niet een alien is.

Schitterend boek en sterke titel, vonden beide uitgevers. Maar dat veranderde snel toen de Nederlandse uitgever het boek aldaar aan de scholen aanbood. Er werd door sommige directies zelfs nogal furieus gereageerd op de titel. “In de bijbel is er geen sprake van aliens of buitenaardse wezens, dus bestaan die niet,” klonk het tot onze agnostische verbazing.

Hallo? Say again… Bleek dat intussen ook verschillende bezorgde oudercomités aan de alarmbel waren gaan trekken. Verbijstering alom. Ook bij de Nederlandse uitgeverij, een brave, sympathieke man overigens. Maar die zag de bui al hangen en vroeg ons om dan maar snel een andere titel te kiezen en gelijk ook een paar godslasterlijke vloeken te schrappen en of Sander en Alien echt verliefd op elkaar moesten worden en tongzoenen en…

STOP! Time out! Geen sprake van, klonk ons antwoord. Met ellenlange discussies tussen de Vlaamse en de Nederlandse uitgever als gevolg. Meestal leuk om te volgen, al gingen af en toe mijn tenen wel driedubbel aan het krullen, waardoor mijn bloed in mijn benen sneller ging stromen en ik mij dus minder lang diende op te warmen voor mijn wekelijkse voetbalwedstrijd. Maar dit terzijde.

Het voorstel van de Nederlandse uitgever om het boek in Nederland onder een andere titel uit te brengen, vond ik eerst idioot, maar hoe langer hoe leuker. Het boek bleef dus in Vlaanderen gewoon ‘Alien’, maar kreeg in Nederland de titel “Ik moet je iets vertellen” (slic). Na drie tripels van mijn zelf gebrouwen WillyKriegelbier, dat op het Marc de Belfeest op 8 juli in Deinze feestelijk wordt voorgesteld, kan ik zelfs ook daarmee nu vrolijk lachen. De “godverdommes” werden “getverdikkes” of zoiets, maar voor de rest bleef alles zoals het was. Met als gevolg dat onze Nederlandse uitgever ons wist te vertellen dat hij flink zijn broek aan het boek zal scheuren. Uiteraard, want alle Nederlandse kinderen willen natuurlijk Alien lezen! Vraag het anders maar aan Doornroosje.

Maar allicht zijn sommige van onze Noorderburen dit sprookje vergeten. Ook al hebben de gebroeders Grimm hierin omstreeks 1812 in een duister, naar wierook en kaarsenvet stinkend kamertje achter hun keuken reeds alle onchristelijke, duivelsche, binnen- en buitenaardse wezens of andere iets teveel tot de zwoele kinderverbeelding sprekende figuren vroom en vakkundig met hun ceintuur gewurgd.

Blijkbaar is er sindsdien in sommige kringen nog steeds niet veel veranderd. Zo vertelde een illustrator mij vorige week nog dat hij, naar aanleiding van de Nederlandse Kinderboekenweek –waaraan nota bene omwille van het thema “Magie” ook een heleboel scholen weigerden mee te werken,- een boze mail van een oudercomité had gekregen waarin hij terecht werd gewezen voor het tekenen van te diepe decolletés en een muis met een broek aan! Want “zo heeft God de muis niet geschapen”. Is het mij toegestaan hierop deze avond een vierde Kriegeltripel te ontkurken, zodat ik lekker kan genieten van een vrolijk legertje in clownspakken dansende roze olifanten? Of heeft de Club van de Geheelonthouders hier iets op tegen?

 

Marc de Bel

Voor de grootsten Voor de grotere Voor de kleinsten