ZEER EXCLUSIEF INTERVIEW!!!
ZEER EXCLUSIEF INTERVIEW
met MARC DE BEL naar aanleiding van het verschijnen van STIENE EN DE BULTGRIEZEL
(enkel voor al wat oudere kinderen en eventueel geïnteresseerde ouders):
Dag Marc, morgen wordt uw nieuwe boek STIENE EN DE BLUTGRIEZEL op het Ridderfeest in Alden Biesen voorgesteld. Wat fascineert u in het verleden?
Vooral de nostalgie naar mijn vorige levens. Zo herinner ik mij nog haarscherp hoe ik in de 17de eeuw, samen met mijn bloedsbroeder in de kunst, Brian Clifton, als heks op de brandstapel ben verbrand, in 1634 om precies te zijn.
Euh... echt?
Ja, enkele naaste familieleden en een idiote buurman stonden flink bij mij in het krijt en vertelden, om mij in de ogen van de baljuw duivelszwart en verdacht te maken, dat Brian en ik 's nachts op mijn bezemsteel naar wilde seksorgiën vlogen. Dik gelogen, natuurlijk, want wij gingen daar altijd gewoon te voet naartoe. Ik had immers geen rijbewijs en dat van Brian lag steevast op het bureau van de baljuw.
Euh...
In een ander leven was ik dan weer een hele dikke Papoea in Nieuw-Guinea. Bij regenachtig weer voel ik trouwens nog steeds een leuk gekriebel in mijn neus, daar waar dat mensenbeentje stak en soms heb ik ook nog wat last van die veel te kleine peniskoker, die ik toen droeg om mee naar de hoogmis te gaan. Gelukkig enkel als ik konijn met pruimen heb gegeten.
Ik weet trouwens ook nog zeer goed dat ik in 1897 samen met Adrien de Gerlache met de Belgica naar Antarctica ben gevaren. Een van de bemanningsleden is toen krankzinnig geworden en liep hele dagen met een blik rond. Het blik van de Belgica is trouwens de titel van mijn nieuwe boek dat in augustus verschijnt. Tot zover dit reclamespotje (lacht).
Ah, zo... Stiene en de Bultgriezel speelt zich af in de late Middeleeuwen? Vindt u dat een boeiende periode in de geschiedenis?
Zeker, maar elke periode is boeiend. Ik ben gek op het verleden. Ook op de toekomst trouwens. Vandaar mijn nieuwe boek Alien, dat volgende maand bij uitgeverij abimo verschijnt . Net als het superspannende nieuwe Kriegelstripalbum, De Geest van Krigelia, (Standaard Uitgeverij) en niet te vergeten Busker in de soep (uitgeverij tingel). Maar goed, terug naar het verleden. Nemen we nu eens om te beginnen het Neolithicum, zo 'n dikke 10.000 jaar geleden. Ik woonde toen in een grot ergens in Frankrijk. Fantastische tijd! Al herinner ik mij nog goed dat mijn moeder mij toen eens een flink pak rammel op mijn bloot gat heeft gegeven omdat ik de wanden en zoldering van onze living vol met paarden, mammoeten en herten had geschilderd! Ze sloeg mij haast halfdood met haar knots, zo kwaad was ze! Gelukkig hield mijn vader haar nog net op tijd tegen. Niet uit medelijden, maar omdat ik het enige meisje van de stam was die de roep van een bronstige holenberin kon nabootsen. Anders had mijn moeder toen naast mijn beide armen vast ook mijn twee benen gebroken. En die had ik nodig om me als de bliksemse weerlicht uit de voeten te maken als er weer eens zo 'n op drift geslagen macho van een Ursus holus met een naar alle kanten glinsterende hormonenspiegel vanuit het struikgewas schuimbekkend van de goesting op mij af kwam gestoven. Een keer tuimelde ik zelf ei zo na in de kuil met gepunte stokken! Maar het ware spannende tijden, dat wel!
Dat kan ik mij inderdaad best voorstellen.
Enkele duizenden jaren later was ik dan weer Marco, een mooie, blonde Jonge Belg tussen een hoop Oude Belgen, beetje homo ook. Zal ik jou eens een geheimpje verklappen?
Ik ben een en al oor!
Caesars De Bello Gallico gaat in feite over mij: Marco de Bello Gallico betekent letterlijk Marc de (Mooie) Bel(g).
Jezus!
Nee, die was ik pas iets later, toen de Romeinen...
(Hier wordt het interview onderbroken door een krakende donderslag, die de elektriciteit laat uitvallen. Maar dit boeiende gesprek wordt al snel hervat in het feeëriek schijnsel van een twaalftal gewijde kaarsen.)
Zou u zelf graag hebben... Euh, heeft u zelf graag geleefd in de periode waarover u schrijft in Stiene en de Bultgriezel?
En of! Ik heb mij toen gek geamuseerd! Gelukkig waren er toen nog geen psychiatrische instellingen, waardoor ik gewoon vrij kon blijven rondlopen. Er waren toen trouwens ook nog geen verkeersfiles, parkeermeters, deadlines, varkenskoten, ontploffende kerncentrales of gefrustreerde kinderboekenrecensenten. Wel kindertheater ACABOE en veel bossen, riviertjes, vijvers, meren,... Vooral water oefende toen een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Je mag immers niet vergeten dat ik linea recta van de brandstapel kwam, hè!
Is uw verhaal historisch correct?
Zeker, alles klopt als de hamer van een veilingmeester. Ik heb alles zeven keer gecheckt. Moet ook, vind ik. Bovendien is het manuscript grondig nagelezen door een team van professoren, drie archeologen, de mensen van het Gallo-Romeinse museum en een frietkotuitbater. Die laatste kwam mijn lijnende vrouw toevallig tegen, net voor ze het manuscript eigenhandig op de uitgeverij ging afleveren.
Mag ik u hartelijk danken voor dit boeiende gesprek.
Graag gedaan. Ik zal de fles Château d' Yquem van 1847, die u hebt meegebracht, met historisch genoegen samen met mijn geheelonthoudende vrouw op uw gezondheid degusteren
.

